Recensie

De hoofdrolspelers uit het eerste boek van Elly Griffiths, Dodencirkel, zijn terug. Als er bij een opgraving botten gevonden worden, is het archeologe Ruth Galloway die een kijkje komt nemen. De botten liggen op een terrein waar vroeger een kindertehuis stond. De pater die de boel beheerde herinnert zich dat er twee kinderen vermist raakten en nooit meer gevonden zijn.

Tijdens het onderzoek draaien Ruth en rechercheur Harry Nelson een beetje om elkaar heen. Harry is gelukkig getrouwd maar is in het vorige boek in het heetst van de strijd eenmalig het bed in gedoken met Ruth. Met alle gevolgen van dien. Het is nauwelijks meer te verbergen dat Ruth zwanger is.

Harry wil er voor Ruth zijn en tegelijkertijd wil hij zijn eigen vrouw en twee dochters niet in de steek laten. Zijn rol als vader zal dus geheim moeten blijven. Ruth vertelt ook aan bijna niemand wie de vader van haar nog ongeboren kindje is.

Het onderzoek krijgt een andere wending als blijkt dat de botten ouder zijn dan gedacht. Ze stammen uit de tijd voordat er een kindertehuis stond. De sfeer wordt ook grimmiger. Ruth krijgt te maken met een aantal bedreigingen. Harry is bang dat haar leven gevaar loopt. Net als in het eerste boek Dodencirkel volgt een spannende ontknoping.

Elly Griffiths heeft met haar hoofdpersonen ware bestsellerwaardige personages te pakken. Ze weet de lezer te binden aan alle figuren die het boek bevolken: de sympathieke Ruth, de bezorgde Harry, hartstochtelijke Shona en natuurlijk de kleurrijke druïde Cathbad.

Daarnaast kan zij als geen ander een tot de verbeelding sprekend decor schetsen. Het grauwe en grijze van het gezapige Engelse plaatsje sijpelt bijna de bladzijden af. Met deze tweede detective over het werk en leven van archeologe Ruth Galloway is dan ook helemaal niks mis. De spanning bouwt de schrijfster langzaam op: zowel op het gebied van het onderzoek als op het persoonlijke vlak. Heerlijk!