Recensie

Frieda Klein is terug in dit vierde deel in de serie. Deze keer speelt het verleden een grote rol. Iemand die vroeger bij haar op school zat, staat voor de deur. Haar tienerdochter heeft problemen en ze vraagt aan Frieda om eens met haar te praten. Frieda merkt dat het meisje heel angstig is, maar deze Becky vertelt niet direct wat er aan de hand is.

Pas als ze wel zegt wat er met haar gebeurd is, kan Frieda verder. Becky geeft aan dat ze wil werken aan haar problemen en besluit zelfs naar de politie te gaan om te vertellen wat er met haar gebeurd is. Frieda duikt in het verleden want toen zij op de middelbare school zat, is met haar precies hetzelfde gebeurd als met Becky. Is dezelfde dader nog steeds actief?

Frieda keert terug naar haar geboorteplaats en gaat de confrontatie aan. Ze spreekt met haar vroegere klasgenoten en vriendjes. Er komt een reünie aan en Frieda hoopt daar antwoorden te kunnen vinden. Dat is nu nog urgenter, want Becky heeft zichzelf van het leven beroofd. Of is er meer aan de hand?

Alle personages doen weer mee in dit boek. Jozef, de klusjesman blijft een geweldig karakter. Frieda wordt ieder boek een beetje stugger. Haar relatie met Sandy staat onder druk. Ze blijft deze aardige man maar wegduwen. Ook haar ‘spook’ speelt weer een rol. Deze moordenaar blijft altijd op de achtergrond en laat weer verschillende aanwijzingen van zijn aanwezigheid achter.

Het verhaal zit redelijk in elkaar en het is lang puzzelen om erachter te komen wie de dader in dit verhaal is. De kern van het boek – dat wat Becky en Frieda overkomen is – spreekt enorm aan. Het is een eng idee dat zoiets kan gebeuren en dat iemand daar zo makkelijk mee weg lijkt te komen.

Prima thriller dus, al mag Frieda Klein wel iets vriendelijker en toegankelijker worden.