Recensie

De veertienjarige John Jacob Turnstile leeft aan het einde van de achttiende eeuw min of meer op straat in Engeland. Op een dag wordt hij gesnapt als hij het horloge van een heer steelt. Deze man zorgt ervoor dat Turnstile de keuze krijgt: een jaar gevangenisstraf of als scheepsjongen mee op marineschip de Bounty. Turnstile kiest voor een leven op zee.

De jongen die gehard is door het overleven op straat vindt het in het begin moeilijk om zich aan te passen aan de rangen en standen op het schip. Hij is de allerlaagste en dat betekent dat hij heel wat moet slikken van zijn meerderen. De officieren weigeren zijn naam juist uit te spreken en noemen hem steeds Tuinboon. Gelukkig werkt hij voornamelijk voor kapitein Bligh en die is erg vriendelijk. Hij leegt zelfs de po van Turnstile als hij de eerste dagen op volle zee niks kan dan overgeven door zeeziekte.

De kapitein probeert de sfeer op het schip goed te houden en hij is er trots op dat er bijna geen disciplinaire straffen uitgedeeld hoeven worden. Dit verandert als het schip aankomt bij het eiland Tahiti. De vrouwen zijn daar zedeloos en het leven is er goed. De bemanning van het schip krijgt er veel vrijheid. En de mannen maken daar dankbaar gebruik van. Ze storten zich vooral op de halfnaakte vrouwen van het eiland.

Als blijkt dat drie mannen gedeserteerd zijn worden de privileges ingetrokken. De mannen mogen niet meer naar het eiland, behalve onder leiding van één van de officieren om te werken. En dat is een belangrijk punt voor de carrière van de kapitein. Hij maakt een grote inschattingsfout. Als de drie weggelopen mannen gevonden worden behandelt de kapitein ze heel coulant. Volgens de regels van de marine zou hij ze op moeten hangen, maar hij geeft ze slechts een zware lijfstraf. Hij hoopt dat de mannen hem dankbaar zullen zijn.

Na een paar maanden van genot op het eiland is het tijd om verder te varen. De stemming op het schip is deemoedig. De matrozen missen de vrouwen van Tahiti en willen niet terug naar het saaie leven in Engeland. Onder leiding van één van de officieren muiten ze het schip. De kapitein wordt in een sloep de zee opgestuurd. Slechts een handjevol bemanningsleden, waaronder scheepsjongen Turnstile, is dapper genoeg om bij de kapitein in de sloep te stappen. Wat volgt is een bizarre overlevingstocht waarbij men volledig moet vertrouwen op de nautische kennis van de kapitein. Alleen hij gelooft er heilig in dat ze ooit terug zullen keren naar Engeland.

Boyne heeft in deze meesterlijke roman gebruik gemaakt van een bestaand verhaal. De muiterij van de Bounty heeft echt plaatsgevonden. Boyne ontleende de feiten uit historische werken over de muiterij en de rechtbankverslagen van de zaken tegen de mannen die de kapitein overboord gezet hebben. Die informatie vormen slechts een deel van de ingrediënten voor een spannend en meeslepend verhaal. Boyne maakt het af door een geloofwaardige mix van avontuur, personages, dialogen en gebeurtenissen toe te voegen. Het verhaal komt door de omschrijvingen echt tot leven.

De keuze om het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van Turnstile is een goede geweest. De scheepsjongen zit dicht op de kapitein en kan daardoor veel te weten komen door af en toe zijn oor te luisteren te leggen bij de deur van de kajuit. Daar staat tegenover dat de bemanning hem niet vertrouwt, omdat ze bang zijn dat hij alles aan de kapitein vertelt. Hij merkt dus wel wat van de onvrede bij de bemanning, maar wat er precies aan de hand is vertelt niemand hem.

Daarnaast is de jonge Turnstile een geweldig karakter omdat hij volledig onbekend is met het leven op zee. In het begin heeft hij het moeilijk en wacht hij op een moment om te kunnen ontsnappen. Maar uiteindelijk leert hij de zee te waarderen en stapt hij zelfs in de sloep bij de kapitein. Dit is ook wel te verwachten. Turnstile is een wees en woonde in Engeland bij een man die hem allemaal nare dingen liet doen. De kapitein is als een vader voor hem geworden.

De Scheepsjongen is een boek dat ontzettend goed geschreven is. Het boek grijpt je vanaf de eerste sprookjesachtige opening met een ‘Er was eens’ en laat je pas vanaf de laatste pagina weer los. Boyne werd vooral bekend door De jongen in de gestreepte pyjama, maar dit boek is eigenlijk veel beter geschreven en een must voor de liefhebber van avonturenverhalen.