Recensie

De 9-jarige Bruno woont naar volle tevredenheid in het Berlijn van 1943. Hij heeft zijn ouders, zijn zus, al is dat een hopeloos geval en drie goede vrienden. Na een bezoek van de Furie aan zijn huis komt hij op een middag thuis en is de hulp zijn spullen in aan het pakken. Na een reis met de trein komt hij in zijn nieuwe huis, waar hij het direct niet leuk vindt. Het is er kaal, er is niks te ontdekken, er zijn geen winkels en ook geen andere huizen.

Er is alleen een met hoge hekken afgesloten terrein met barakken waar mensen lopen met gestreepte pyjama’s.
Bruno verveelt zich zonder vrienden en aan zijn zus heeft hij ook niks. Hij besluit op ontdekkingsreis te gaan en loopt langs het hek. Na heel lang lopen ziet hij een jongen. Het blijkt Shmuel te zijn, die toevallig precies even oud is als Bruno. Vanaf dat moment sluiten de jongens een bijzondere vriendschap en iedere middag zitten ze ieder aan een kant van het hek en bespreken hun levens.

Shmuel vermagerd en Bruno probeert eten mee te nemen voor zijn geheime vriend, maar de reis is lang en vaak heeft Bruno zijn lekkernij al opgegeten voor hij bij zijn vriend gekomen is.

Op een dag hoort hij van zijn ouders dat hij teruggaat naar Berlijn. Dit betekent dat hij afscheid moet nemen van zijn vriend. Deze regelt een gestreepte pyjama voor hem en neemt hem op ontdekkingsreis in de barakken met alle gevolgen van dien.

Het boek leest als een kinderboek, doordat je de wereld ziet door de ogen van Bruno. Hij heeft het steeds over Oudwis in plaats van Auschwitz en meer van dat soort dingen. Ook heeft hij het onbevangene van een kind en snapt niet waarom er mensen, die zijn vader geen mensen noemt, achter een hek moeten wonen en er bovendien allemaal hetzelfde uitzien. Het boek kent een heerlijk absurd eind. Veel beter dan zo’n ze leefden nog lang en gelukkig-einde. Mooi boek!