Recensie

Twee jongeren met een bijzondere achtergrond ontmoeten elkaar op school. Alice wil er heel graag bij horen, maar door haar handicap valt ze er juist een beetje buiten. Sinds een ongeluk bij het skiën op haar zevende loopt ze mank. Mattia is ook een beetje een zonderling figuur. Hij draagt een zware last met zich mee. Zijn geestelijk gehandicapte tweelingzusje is door zijn schuld verdwenen. Op weg naar een verjaardagsfeestje heeft hij haar achtergelaten in het park. Op de terugweg was ze er niet meer.

Alice probeert bevriend te raken met een groepje populaire meiden. Ze moet een jongen uitkiezen waar ze tijdens een feestje mee zal zoenen en misschien wel meer. In de pauze op school kiest ze voor Mattia, die eigenlijk liever niet op het feestje wil komen. Hij houdt zich liever bezig met schoolzaken en dan vooral moet wiskunde.

Hij besluit toch met zijn beste vriend naar het feest te gaan. Ook een beetje om zijn ouders tevreden te stellen die steeds vinden dat hij wat meer uit moet gaan. Op het feestje lokt Alice hem mee naar de slaapkamer, maar ze weten zich beide geen raad met de situatie. Vanaf dat moment ontstaat een bijzondere vriendschap. De twee zien elkaars problemen maar ze laten elkaar ook met rust.

In het boek voel je de spanning tussen de twee als ze ouder worden. En op een bepaald moment wordt er inderdaad een zoen uitgewisseld. Daarna loopt echter alles anders dan in een boek met een gelukkig einde. Mattia neemt een beslissing over zijn toekomst die Alice verdrietig maakt. Zij neemt daarop ook weer een besluit dat ervoor zorgt dat Mattia niet meer aan zijn beslissing twijfelt.

Uiteindelijk verblijft Mattia als wiskundige in het buitenland om daar te promoveren aan een universiteit. En Alice trouwt met een man die het niet haalt bij Mattia. Ze proberen kinderen te krijgen, maar de anorexia van Alice, die ze goed kan verbergen, staat dat in de weg. Eigenlijk zijn zowel Alice als Mattia er niet echt in geslaagd het geluk te vinden. Als ze elkaar nogmaals ontmoeten weten ze niet te zeggen wat al jaren tussen hen instaat.

De eenzaamheid van de priemgetallen is een mooi geschreven verhaal over een bijzondere vriendschap. Twee jonge mensen herkennen iets van elkaar in de ander, maar ze durven zich niet helemaal te geven in de vriendschap. Als lezer hoop je steeds dat ze wel eerlijk zijn en voor elkaar kiezen. Toch weten ze elkaar ook steeds weer af te stoten. Het is ook de vraag of het feit dat ze beide een traumatische gebeurtenis meegemaakt hebben een goed begin van een relatie is.

De schrijver weet de situatie zeer beeldend te beschrijven. De twee verwarde tieners die zich geen raad weten met hun vriendschap en hun gevoelens. En die onwetendheid zorgt voor een spanning die het hele boek blijft hangen. En dat vind ik fijn aan een boek.