Recensie

Op een bankje zit een man. Hij lijkt daar gewoon stil van het uitzicht te genieten, maar van dichtbij is te zien dat er een plas bloed naast hem ligt en dat er een mes uit zijn rug steekt. De man staat bekend om zijn niet altijd zuivere handelspraktijken. Maar niemand weet wie hem te grazen zou willen nemen.

Zijn vrouw, die op dat moment nog niet weet van de dood van haar man, schakelt een privédetective in. Deze Jonathan Wide wordt in zijn flat overvallen. En ook de vrouw wordt aangevallen. Een rare zaak en Wide besluit dat het tijd is om naar de politie te stappen om met ze samen te werken.

Commissaris Sten Ard is met de zaak belast. Hij tast volledig in het duister en zet zijn hele team in voor ondervragingen. Er is één iemand die iets gezien denkt te hebben. Deze man heeft nuttige informatie. Maar het is niet genoeg om de zaak op te lossen. Wide en Ard moeten hard werken om tot een oplossing te komen.

Het is even wennen om een thriller van Edwardson te lezen zonder de vertrouwde inspecteur Erik Winter. Maar Edwardson is er zeker in geslaagd om eenzelfde sfeer te creëren als in zijn eerdere boeken. Een heldere stijl en redelijk overzichtelijke wisselingen tussen de verschillende personages.

Waar Edwardson deze keer niet helemaal in geslaagd is, is zijn uitwerking aan het einde van het verhaal. Het is mij niet duidelijk geworden waarom alles gegaan is, zoals het in dit boek gelopen is. De sprong naar de ontknoping was een beetje te groot voor mij.

Dit neemt niet weg dat het boek zeker in het eerste gedeelte gewoon erg goed in elkaar steekt. Edwardson zet een plot op rondom een mogelijke drugszaak en neemt de lezer mee langs die weg. Jammer dat je richting het einde in het diepe gegooid wordt om zelf verder te moeten zwemmen. Edwardson bewijst met dit boek in ieder geval dat hij inspecteur Winter niet nodig heeft om de zaakjes op te lossen. Sten Ard is een waardige opvolger.